Vier wereldtitels, en toch klinkt Max Verstappen dit weekend als iemand die dringend aan vakantie toe is. Na een kwalificatie in Oostenrijk die in de grindbak eindigde, kreeg hij de vraag of de nieuwe reglementen hem parten speelden. Zijn antwoord werd meteen de meest gedeelde clip van het weekend: 'Ik denk dat ik aan het eind van het jaar naar Tibet ga. Dan ga ik als een boeddha relaxen, twee maanden lang.' Hij zei het met een knipoog. Maar wie het hele weekend volgde, hoorde onder die grap iets heel anders. Pure frustratie.

Een weekend waarin niks wilde lukken

Begin bij de vrijdag. Verstappen reed de pitstraat uit en de auto sloeg af. Even later moest hij alweer terug naar de garage, want zijn stoel zat niet goed. Zaterdag waren zijn oordoppen en bivakmuts verkeerd ingestopt, dus opnieuw naar binnen. En toen, in Q3, draaide hij het stuur in bij de voorlaatste bocht en was de auto ineens weg. 'Zodra ik instuurde, was ik hem kwijt', zei hij later. 'Een vreemd moment.'

Stuk voor stuk klein. Bij elkaar opgeteld een aflevering pech die je een viervoudig kampioen niet vaak ziet overkomen, en dan ook nog op de thuisbaan van zijn eigen team, voor de ogen van duizenden oranje fans. Vrijdag de motor die afslaat, een stoel die niet zit. Zaterdag de communicatie die niet klopt en vervolgens de muur. Drie keer terug naar de garage voor iets wat er normaal nooit toe doet, en dan de klap die telde. Geen wonder dat de man zich even leek terug te trekken in zijn eigen hoofd.

Twee crashes, nul rijdersfouten

En hier houdt de grap op grappig te zijn. De crash op de Red Bull Ring was de tweede dit seizoen die niet op het conto van Verstappen kwam. In Australië, bij de seizoensopener, ging het in de kwalificatie ook al mis, en ook toen luidde de conclusie van Red Bull dat het geen rijdersfout was. In Spielberg nam teambaas Laurent Mekies zelfs publiekelijk de schuld op zich. De achtervleugel verloor downforce en gaf Max geen schijn van kans. Teamgenoot Isack Hadjar wees na afloop naar precies dat onderdeel.

Twee keer dezelfde conclusie. Twee keer een coureur die in het grind belandt door iets wat hij niet in de hand had. 'Er gebeuren het hele jaar al gekke dingen', zei Verstappen er zelf laconiek over. 'Dus voor mij is het niks nieuws.' Dat klinkt berustend. En juist daar zit het venijn: voor een man die gewend is alles tot achter de komma te beheersen, is berusting bijna een alarmsignaal. Pech hoort bij de sport, dat weet hij ook. Maar pech die zich keer op keer op dezelfde coureur stort, begint ergens op te tellen. Niet in de uitslag van een enkel weekend, maar in het vertrouwen dat je auto je niet halverwege een ronde in de steek laat.

2
crashes in 2026
Australie en Oostenrijk, beide geen rijdersfout volgens Red Bull

Tot honderd tellen: de auto's van 2026 zijn een beproeving

De interessantste zin van Verstappen ging niet over Tibet. Die ging over de auto. 'Het is allemaal superingewikkeld, met heel veel dingen', legde hij uit. 'Je rijdt de pits uit en de auto slaat af. Dan moet je gewoon even tot tien tellen. Of tot honderd.'

Daar zit een echt punt onder. De technische reglementen van 2026 maakten de auto's complexer dan ooit. Actieve aerodynamica, een veel zwaarder hybridesysteem, meer schakelaars en procedures die de coureur zelf moet beheren. Wat vroeger routine was, simpelweg de pitstraat uitrijden, is nu een checklist waar van alles in mis kan gaan. Verstappen verpakt het als humor, maar hij beschrijft een reeel probleem. Deze generatie auto's vraagt geduld dat zelfs hij niet altijd kan opbrengen. En als de snelste coureur van de grid al tot honderd moet tellen, wat zegt dat dan over de rest?

Wist je dat?

Een dag na de Tibet-grap reed Verstappen vanaf de vijfde startplek naar P2, zijn beste raceresultaat van het seizoen. De snelheid zit er dus wel degelijk in. Juist daarom steekt de pech zo.

Waarom de fans de grap omarmen

Op social media ging de boeddha-lijn als een raket. Niet omdat iemand serieus denkt dat Verstappen stopt, maar omdat de grap precies het gevoel raakt dat de fans ook hebben. Dit seizoen is een lange aaneenschakeling van onzin rond de beste coureur van de startgrid.

'Max Verstappen als ambassadeur van Vipassana', grapte een fan op X. Een ander vatte het droog samen: alleen in de F1 vindt Max het grind, vindt George Russell de pole, vindt Charles Leclerc het hartzeer en vindt de wedstrijdleiding een gloednieuwe vlagkleur. Onder al dat gelach zit sympathie. Zelfs een Indonesische fan vroeg zich hardop af of Max echt zo gefrustreerd is dat hij naar Tibet moet. Het antwoord is waarschijnlijk: een beetje wel.

De grap, en de waarheid erachter

Verstappen lacht omdat lachen het enige is wat nog helpt als de gremlins maar blijven komen. Die P2 in de race liet zien dat de RB22 met het nieuwe updatepakket eindelijk vooraan kan meedoen. Maar een titel win je niet met snelheid alleen. Je wint hem met weekenden waarin niks kapotgaat, en precies dat lukt Red Bull dit jaar te vaak niet.

Dus ja, misschien gaat hij straks echt even naar Tibet. Twee maanden als een boeddha, ver weg van afslaande motoren en losgeraakte achtervleugels. Wie zijn seizoen tot nu toe heeft gevolgd, gunt het hem bijna.