Er is geen baan op de kalender waar Lewis Hamilton zich meer thuis voelt dan op Silverstone. Negen keer stond hij hier al bovenaan, een absoluut record. Dit weekend jaagt hij op een tiende thuiszege, een getal dat niemand ooit heeft aangeraakt. Alleen zit er dit jaar een flinke sta-in-de-weg: zijn eigen Ferrari.

Silverstone is Hamiltons kasteel

De cijfers liegen er niet om. Negen overwinningen en zeven poleposities op deze baan, allebei een record dat nog jaren mee kan. In 2008 won hij hier met meer dan een minuut voorsprong, de grootste zegemarge in de laatste dertig jaar F1-geschiedenis. En wie de beelden van 2021 terugkijkt, ziet een Hamilton die het hele veld en de hele wereld leek te trotseren. Silverstone is voor hem geen circuit, het is een woonkamer vol herinneringen. Al sinds zijn debuutjaren rijdt hij hier alsof de baan van hem persoonlijk is, gedragen door een publiek dat hem als een van hun eigen mensen ziet. Geen enkele coureur op de huidige grid heeft zo'n band met een thuisrace. Dat maakt elk bezoek hier bijzonder, en dit jaar draagt het extra lading, want het zou zijn eerste Silverstone-triomf in het rood van Ferrari worden.

9
zeges op Silverstone
Plus zeven poleposities, allebei een absoluut record

Eindelijk weer een keer winnen

Wat de hoop voedt, is wat er half juni gebeurde. In Barcelona won Hamilton eindelijk weer een grand prix, na een lijdensweg van 686 dagen zonder zege. Voor een zevenvoudig wereldkampioen was die droogte bijna ondraaglijk lang. De opluchting spatte er dan ook vanaf. En laten we eerlijk zijn: een Hamilton die weer weet hoe winnen voelt, is een gevaarlijker Hamilton dan een die maandenlang tegen zichzelf vecht. Dat momentum neemt hij mee naar huis. De overstap naar Ferrari was tenslotte een gok van formaat, een sprong in het diepe op een leeftijd waarop de meeste coureurs al aan stoppen denken. Die ene zege in Barcelona was het bewijs dat de gok nog steeds ergens toe kan leiden, dat het vuur nog brandt. En als er een plek is waar hij dat vuur wil laten zien, dan is het hier.

Maar Ferrari is de sta-in-de-weg

Hier komt de koude douche. Ferrari worstelt dit seizoen behoorlijk met de topsnelheid onder de nieuwe reglementen, en juist Silverstone straft dat genadeloos af. Denk aan de eindeloze rechte stukken, de lange sleurpartij richting Stowe en Club. Een auto die daar tekortkomt op de rechte lijn, verliest ronde na ronde tijd die je in de bochten bijna niet terugpakt. Hamilton reed vorige race dan ook slechts als vijfde over de streep. Ferrari brengt naar verluidt upgrades mee naar Silverstone, maar of dat genoeg is om vooraan mee te vechten, valt zwaar te betwijfelen. Een paar onderdelen dichten geen kloof die in de kern van het concept zit, en de topteams staan intussen ook niet stil. Realistisch gezien is een plek in de subtop het maximaal haalbare, tenzij het weer of de chaos van een sprintweekend de kaarten opnieuw schudt.

Dat is de wrange werkelijkheid van Hamiltons Ferrari-avontuur tot nu toe. De liefde is er, de wil is er, maar het materiaal werkt nog niet mee. En op een baan waar hij normaal gesproken de dienst uitmaakt, wordt dat contrast alleen maar scherper voelbaar. Hij ruilde de veiligheid van Mercedes in voor een droom in het rood, en die droom botst dit seizoen hard op de realiteit van een auto die simpelweg te weinig snelheid heeft. Juist thuis, waar de verwachtingen het hoogst zijn, doet dat het meeste pijn.

Het thuispubliek als twaalfde man

Toch schrijf je Hamilton op Silverstone nooit helemaal af. Het publiek hier is zijn geheime wapen, een zee van vlaggen die met naam en toenaam achter hem staat. Bovendien is het een sprintweekend, met een extra race op zaterdag en dus een extra kans om iets moois te forceren. Regen zou ook helpen, want in wisselvallige omstandigheden telt de motor ineens minder en het brein van de coureur des te meer. En juist in de regen is Hamilton historisch gezien op zijn allerbest, een kunstenaar op een spekgladde baan. De Britse zomer staat bovendien niet bekend om zijn betrouwbaarheid, dus een verrassing valt nooit uit te sluiten. Voeg daar de chaos van een sprintweekend aan toe, met minder tijd om af te stellen en meer momenten waarop het mis kan gaan voor de concurrentie, en je begrijpt waarom niemand hem hier volledig durft af te schrijven. En laten we die kleine samenloop van toeval niet vergeten.

Wist je dat?

De Britse Grand Prix werd in de hele F1-geschiedenis pas een keer op 5 juli verreden. De winnaar toen? Lewis Hamilton. Dit jaar valt de race opnieuw precies op 5 juli.

Een recordtiende zege zit er realistisch gezien niet in, daarvoor is de Ferrari simpelweg te traag. Maar een podium op eigen bodem, met dit publiek en dit momentum, zou voor Hamilton bijna aanvoelen als een overwinning. En als het gaat regenen op 5 juli, durft niemand hem definitief af te schrijven. Silverstone en Hamilton, dat blijft een verhaal met een open einde.