Eén podium, en in Milton Keynes ging de vlag uit. Max Verstappen reed in Canada naar de derde plaats, en voor Red Bull was dat meer dan een podium. Het was het eerste podium ooit met een motor van eigen makelij. Begrijpelijk dat de fabriek even mocht juichen.

En toch knaagt er iets. Want terwijl motorbaas Ben Hodgkinson alvast hardop droomt van de eerste zege, staat Red Bull vierde in het kampioenschap, op gepaste afstand van Mercedes. Een mijlpaal om te vieren, een gat om te vrezen. En een coureur die nu eenmaal niet het geduld heeft van een motorenfabriek.

57
punten in 2026
Red Bull vierde, het gat naar Mercedes is fors

De mijlpaal is echt

Even eerlijk zijn, want dat hoort erbij. Een gloednieuwe motor in het eerste seizoen op het podium krijgen, dat doe je niet zomaar. Red Bull bouwt de krachtbron, de DM01, vanaf nul in eigen huis in Milton Keynes. Geen Honda meer, geen geleende techniek, alles zelf. En in jaar één staat dat ding bij de beste drie. "Dit eerste podium, met onze eigen power unit, is absoluut iets om te vieren", zei Hodgkinson. Daar heeft hij gewoon gelijk in. Besef ook even wat een gok dit was. Red Bull begon vanaf een leeg vel papier aan een eigen motorprogramma, met Ford als technische partner, terwijl Mercedes en Ferrari al decennia ervaring in huis hebben. Honderden mensen aannemen, fabrieken neerzetten, kennis opbouwen die de concurrentie er gratis bij heeft. Dat je dan in je debuutseizoen al een podium pakt, is bijna tegen de logica in.

De weg ernaartoe was trouwens hobbelig. In Australië en China liep Red Bull tegen problemen met de betrouwbaarheid aan, precies waar je ze bij een nieuw project verwacht. Dat ze die zo snel achter zich lieten, zegt iets over het tempo in de fabriek. Eén fan vatte de Canadese middag treffend samen:

Wist je dat?

De DM01 is de eerste volledig eigen Formule 1-motor van Red Bull. Jarenlang reed het team op krachtbronnen van anderen, eerst Renault, daarna Honda. Het podium in Canada was dus letterlijk een primeur voor Red Bull Ford Powertrains.

Maar dan het gat

Hier wordt de vlag weer halfstok gehesen. Red Bull staat na de eerste seizoenshelft vierde, met 57 punten, en Mercedes is allang weg aan kop. Hodgkinson windt er geen doekjes om: "Het gat naar de koplopers is groot." Hij voegt er meteen het bekende refrein aan toe, dat ze "snel leren, capaciteit opbouwen en op de juiste plekken pushen". Mooie woorden. Maar tussen een podium en een zege zit in deze sport een hele wereld.

En dat voelen de fans ook. Waar de een trots is op de primeur, vraagt de ander zich hardop af of dit ergens toe leidt. "Max pakte zijn eerste podium van 2026 in Canada", schreef gebruiker @SleeperF1 op X. "Kan hij nog meedoen om de titel?" Het is precies de vraag die boven dit hele verhaal hangt. Zet het naast waar Red Bull vandaan komt, en de pijn wordt pas echt zichtbaar. Dit was jarenlang het team dat races afmaakte voordat de rest goed en wel wakker was, met Verstappen die titel na titel binnenharkte. Nu is één podium het hoogtepunt van de eerste seizoenshelft. Voor een renstal die gewend is aan winnen, is vierde worden geen tussenstation maar een koude douche.

De critici ruiken bloed

Een gevallen reus trekt spot aan, zo werkt het nu eenmaal. Op X rekende @nanoesperma de situatie genadeloos voor: "Beide Mercedessen moeten crashen voordat Max zijn eerste race wint, en hij heeft een heel team nodig dat voor hem werkt." Hard, en niet helemaal eerlijk tegenover een coureur die in een mindere auto nog altijd het maximale eruit perst. Maar het laat wel zien hoe snel het sentiment kan kantelen als de zeges uitblijven.

Intern klinkt een heel ander geluid. Teambaas Laurent Mekies hamerde er eerder al op dat Verstappen het middelpunt blijft. "Max staat in het hart van het project", zei hij. "Hij praat over alle kwesties mee en blijft bij ons, wat er ook gebeurt." Geruststellende taal. De vraag is alleen of geruststellende taal genoeg is voor iemand die races wil winnen, niet beloftes wil verzamelen.

De klok die Red Bull niet kan bouwen

En daar zit de kern. Een motorenproject denkt in jaren. Verstappen denkt in raceweekenden. Zijn contract loopt tot 2028, maar er zitten prestatieclausules in. Eén daarvan wordt scherp rond de zomerstop. Staat Red Bull dan buiten de top twee, dan kan Max in beweging komen. Op dit moment staat het team vierde, precies in de gevarenzone. Reken zelf maar uit hoe ongemakkelijk die rekensom in Milton Keynes voelt.

Hodgkinson kan zijn motor verbeteren, ronde na ronde, sessie na sessie. Wat hij niet kan bouwen, is tijd. En tijd is precies wat een viervoudig wereldkampioen van 28 niet eindeloos weggeeft aan een project dat "snel leert". Het podium in Canada koopt Red Bull wat krediet. Heel veel is het niet. En de markt kijkt mee. Zou Verstappen besluiten zijn opties open te houden, dan staan er teams klaar die hem met open armen ontvangen, met Mercedes als meest genoemde bestemming. Juist daarom voelt elk weekend zonder vooruitgang zwaarder dan het lijkt. Red Bull verkoopt vooruitgang, maar Max heeft die niet beloofd gekregen, hij wil hem zien. En liefst snel, want in Monaco staat het volgende oordeel alweer voor de deur.

Onze conclusie

Verdient Red Bull het feestje? Zeker. Een eigen motor in jaar één op het podium, dat is knap werk en daar mag een fabriek best trots op zijn. Wie de techniek volgt, ziet een team dat de goede kant op beweegt, met een betrouwbaarheid die week na week beter wordt. Op de lange termijn is dit precies het fundament waar je een nieuwe titelploeg op bouwt.

Maar "we jagen op onze eerste zege" is voorlopig vooral een zin voor de bühne. Tussen P4 en een overwinning ligt een gat dat je niet wegpoetst met optimisme. En zolang dat gat er is, tikt de belangrijkste klok van allemaal gewoon door: die van het geduld van Max Verstappen. Red Bull kan een motor bouwen. Geduld niet.

Update: 8 juni 2026, de FIA maakt het officieel

Bijgewerkt: 8 juni 2026

Vier dagen na dat eerste podium ligt er een papier op tafel dat de hele toon verandert. De FIA heeft haar benchmark van de motoren rond, en wat blijkt? De DM01 van Red Bull is de sterkste verbrandingsmotor van het veld. Niet tweede, niet gedeeld eerste. Gewoon de beste. Mercedes staat als nummer twee al ruim 2 procent achter, en Ferrari, Audi en Honda volgen op nog grotere afstand.

Het loopt via het ADUO-systeem, een vangnet dat achterblijvers laat bijwerken binnen vaste windows. Mercedes krijgt op basis van die ranglijst recht op een upgrade. Ferrari, Audi en Honda mogen er elk twee doorvoeren. Red Bull krijgt niets, en dat is precies het punt. Wie de maatstaf is, hoeft niet bij te trekken. Let wel, de FIA noemt het voorlopig, de formele bevestiging moet nog komen. Lewis Hamilton lekte de volgorde na Monaco al, en die kwam exact overeen.

1e
sterkste verbrandingsmotor 2026
FIA-benchmark: Red Bull-Ford DM01, Mercedes 2e op 2%

En daar wringt het, want dit bevestigt precies wat hierboven staat. De motor is het probleem niet. Het blok zelf is het beste dat er rondrijdt. Het gat zit in de inzet van de energie en in het pakket eromheen, niet in de pk's uit de verbranding. Voor de fans is de ironie te mooi om te laten liggen. Het beste blok van 2026 stierf zondag op ronde een in Monaco.

„Monaco: Red Bull-motor faalt in ronde een. FIA-data: Red Bull-Ford heeft de beste verbrandingsmotor. 2026 is een koortsdroom”, vatte Lakshay Mandot het samen, goed voor bijna vierhonderd likes. Nederlandse fans kijken intussen al verder dan het feestje. „Ik las dat Mercedes de ADUO-upgrades allemaal in het elektrische deel kunnen steken, waardoor ze de volgende keer weer upgrades krijgen omdat de ICE nog steeds 2 procent achterligt”, waarschuwt @Whybenga. Met andere woorden, de regel die Red Bull nu kroont, kan zomaar de deur openzetten voor de inhaalslag van de buren.

Wist je dat?

ADUO staat voor Additional Development and Upgrade Opportunities. De FIA bekijkt alleen de verbrandingsmotor, niet de complete power unit, om te bepalen wie mag bijwerken. Een team verder achter de benchmark krijgt meer windows, een team dichtbij minder.